Zuiver Water; een ontwandeling met commercidealist Bas Westdijk van Well Water.

Bas Westdijk is een commercidealist in hart en nieren, een rasechte social entrepeneur. Met hem ontwandelden we op de lege heidevelden tussen Exloo en Odoorn, en praatten we over cause related companies en ‘beneficiality is the new responsibility’. “Met Well Water maken we van consumeren het nieuwe doneren.” 

Hij heeft die discussie ook vaak met zichzelf gevoerd. Gewoon water uit de kraan is beter voor het milieu dan water uit al die milieu-onvriendelijke petflessen. Maar zonder fleswater kan Bas Westdijk met zijn bedrijf Well Water zijn hogere doel niet verwezenlijken, en dat is mensen in derde wereld landen aan schoon drinkwater helpen. “Mijn missie is om dit doel zo optimaal en effectief mogelijk te bewerkstelligen. Fleswater is een product dat ik makkelijk kan verpakken, distribueren en verkopen, en dat consumenten makkelijk kunnen kopen. En er bestaat een concrete behoefte aan (pet)fleswater. Dat is voor mij de basis waarmee ik goed kan doen. Ik ben evenwel geen groen bedrijf, maar een geëngageerd bedrijf. Wij hebben met Well Water de afgelopen zeven jaar een aanzienlijke hoeveelheid geld gegenereerd voor Simavi, waarmee een groot aantal drinkwaterprojecten is gefinancierd. Dat is wat voor mij telt. Dat is mijn leidraad.”

 

Het is miezerweer. Al het groen is grauw en grijs, en verdwijnt af en toe onder een bui. Symbolisch al dat hemelwater als je spreekt over een bedrijf dat handelt in water. Bas vertelt hoe hij social entrepreneur is geworden. Dat hij zou ondernemen, ja, dat zat min of meer in zijn genen opgesloten. Hij komt uit een ondernemersgezin. Zijn ouders waren allebei winkeliers. Ook zijn grootouders waren ondernemers. “Ik kreeg zelfwerkzaamheid met de paplepel ingegoten. Wilde al van jongs af aan voor mijzelf beginnen.” Er volgde een studie Small Business en hij werkte voor verschillende werkgevers, maar nee, hij had te veel moeite met gezag, managers en bazen. Bepalend was zijn tijd als marketeer bij een bekende private bank, een omgeving waar alles draaide om geld. “Dat gaf me weinig voldoening. Ik vond het moeilijk en niet logisch om met geld als doel én middel bezig te zijn. Ik functioneerde in een systeem dat er op gericht was op een zo risicoloos mogelijke manier zoveel mogelijk geld te verdienen. Al het andere was ondergeschikt en of overbodig. Iedereen leefde in een wereld van bedragen en getallen. Surrealistisch.” Rond zijn dertigste was dat. Sowieso een tijd waarin je jezelf grote vragen gaat stellen, zegt hij. “Toen ik mezelf afvroeg waar ik eigenlijk mijn geld mee verdiende, schrok ik wakker.” En dat ontwaken werd versterkt, nadat hij betrokken was geraakt bij een Duurzaam Beleggen Fonds. “Bij de bank keek iedereen naar binnen, het vizier van dat fonds was gericht naar de echte buitenwereld. Ik besefte: hé zo kun je dus ook ondernemen.” Het overlijden van een collega, een jonge vrouw enorm begeesterd door het onderwerp duurzaamheid, bleek het breekpunt. “Ik begreep dat ik de stap van zinloos naar betekenisvol werk moest maken. Ik kon niet langer aan mezelf verkopen, dat ik mijn tijd aan het verdoen was met voor mij nutteloze zaken terwijl ik betekenisvolle zaken kon bedrijven.” En er was nog iets anders: “Mijn ouders zijn gescheiden in mijn pubertijd. Ik was daarom al op jonge leeftijd op mezelf aangewezen. Beiden hadden ook nadien zoveel dingen aan hun kop dat ik mezelf heb leren wegcijferen. Dat is een grote les geweest, want dat is mijns inziens de allerbelangrijkste karaktereigenschap van een social entrepreneur: jezelf kunnen wegcijferen voor het grotere belang. Natuurlijk heb je als social entrepreneur onmiskenbaar een eigen belang, maar dat moet je opzij durven zetten om een hoger doel te bewerkstelligen.”

 

Dat werd dus Well Water, vertelt Bas, terwijl het opnieuw begint te regenen en we een droge plek zoeken tussen de bomen van Odoorn voordat we richting de heide lopen. “Ik ben gaan nadenken over hoe ik ondernemerschap en goed doen het beste kon verenigen. Startpunt was voor mij het oplossen van de drie belangrijkste barrières die dat goed doen vaak in de weg staan: mensen hebben ervoor geen tijd; mensen hebben ervoor geen geld; mensen hebben ervoor geen energie. Ik moest iets verzinnen dat al die drie belemmering kon wegnemen.” Tijdens een reis naar het Midden Oosten, kort na zijn vertrek bij de private bank, stuitte hij op een artikel in National Geographic over de wereldwijde zoetwaterproblematiek. In het artikel werd onder andere verteld wat een waterput kost. Het spreekwoordelijke kwartje viel. “Ik zag in dat je met de verkoop van enkele liters fleswater honderden liters drinkwater kunt genereren. Ik voelde meteen dat water een ideaal product is om een cause related company mee te stichten. Het is fast moving; het is neutraal van smaak; het heeft een lage prijs, je kunt er een behoorlijke winstmarge op maken; het is een product waar je marketing op kunt loslaten; het is een product wat je makkelijk en op vele verschillende plekken kunt distribueren’ en het is een product dat door iedereen wordt geconsumeerd. En ik begreep ook meteen dat de gedachte ‘water voor water’ makkelijk valt over te dragen. Toen ik zoekende naar een passende merknaam op het woord ‘well’ in een woordenboek stuitte, wist ik het. De dubbele lading ervan is gewoon gemaakt om te gebruiken. Het is een prachtige verwoording van het sociale ondernemersprincipe”

 

Simavi stond meteen positief tegenover een partnership. “Dat is een belangrijke basis voor social entrepreneurship. Om goed te doen, heb je een goed doel nodig. En dat is allesbehalve een gegeven. Lang niet alle NGO’s staan open voor commercie of commerciële partnerships. Het mag wel eens gezegd worden dat Simavi al zeven jaar geleden zo visionair was om de kansen en krachten van zo’n samenwerking in te zien en te omarmen. En die omarming heeft voor ons beiden prima uitgepakt. Wij hebben de kans gekregen een mooi bedrijf te bouwen. Zij hebben de kans gekregen meer waterputten te slaan en om hun naam op een originele manier mee onder de aandacht te brengen.” Die dubbele laag is de kern van social entrepreneurs. Ondernemers die tegelijkertijd zakelijk en maatschappelijk succes nastreven. Die cause related companies oprichten en die de trend ‘beneficiality is the new responsibility’ manifesteren. Of zoals hij zelf zegt: “Ondernemers die van consumeren het nieuwe doneren maken.” Well Water behoort volgens hem tot de eerste cause related companies ter wereld. Het eerste bedrijf dat van goed doen zijn bestaansrecht maakte. “We zijn ondertussen vele keren gekopieerd binnen de markt van water. Het is in zekere zin een markt als alle anderen geworden.” Hij heeft daar gemengde gevoelens over. Al die waterbedrijven die goed doen, natuurlijk is dat prachtig. En concurrentie houdt je scherp en dwingt je om jezelf te vernieuwen. Wat dat betreft, put hij veel motivatie uit een uitspraak van zijn moeder: “Van concurrentie word je groot.” Diezelfde concurrentie heeft ook een schaduwkant. Door prijsconcurrentie komen de marges onder druk te staan, en daar wordt het goede doel uiteindelijk de dupe van. Daarnaast ziet hij ook spelers op de markt die niet persé social entrepreneur zijn. Het zijn gewone ondernemers die het sociale aspect gebruiken als marketingverhaal, ja, de green washers. Sommige kritische consumenten zien het verschil, maar jammer genoeg zijn er niet zoveel kritische consumenten. “Ik raad mensen aan kritisch te kijken naar de sociale constructie van de ondernemingen die zij met hun consumpties ondersteunen. De belangrijkste graadmeter om de ware goede en sociale ondernemingsintenties in te schatten is om te kijken hoe het bedrijf om gaat met de gegenereerde fondsen. Wie is er als eerste en als laatste aan de beurt? Daar gat het om. Wij zelf werken met een uitkering van een vast percentage over onze bruto winstmarge. Dat is heel transparant en nodigt niet uit tot greenwashing of causewashing zoals je eigenlijk zou moeten zeggen. Bij ons is een kwart van de opbrengsten structureel voor Simavi; de rest is voor het reilen en zeilen van de organisatie; voor de belasting en wat overblijft is voor de oprichters van Well Water.”

 

Het is weer droog. We zien in de verte de beroemde schaapskudde van Exloo. Een kudde van zo’n 200 Drentse heideschapen die dagelijks, onder begeleiding van schaapsherder Tinus Kaspers, vanuit de schaapskooi uit Exloo naar de heide trekken van het Molenveld om daar te grazen. Well Water is succesvol. Bas haalt erover zijn schouders op. “Ik ben als persoon niet uit op stereotypisch succes. Ik hecht geen belang aan dure auto’s en zo. Ik ben eerst en vooral gehecht aan mijn bijdrage. Wat wij doen, gaat ergens over en om. Dat is met geen geld of bezit te vergelijken of te vervangen. Dat is niet vanuit valse bescheidenheid of zo. Ik besef  gewoon heel goed dat niet ik, maar dat mijn klanten het mogelijk maken dat mensen ergens anders in de wereld schoon drinkwater krijgen. Ik ben slechts intermediair. O nee, ik beschouw mezelf heus niet als een bijzonder mens. Ik heb geen beter of groter hart dan gemiddeld. Ik ben er van overtuigd dat ieder mens van nature goed wil doen. Wat mij onderscheidt, is dat ik het daadwerkelijk manifesteer. Mijn motto in zaken doen is ‘beter is meer’ in plaats van andersom. Dan komt het vanzelf goed. Ik hoop daarom van harte dat ik anderen kan inspireren hetzelfde tegen zaken doen aan te kijken. Ik kan uit eigen ervaring vertellen dat er niets zo veel voldoening geeft.” Hij kan zich niet voorstellen dat hij ooit nog een conventioneel product zal verkopen. “Dat voelt zó zinloos, zó oppervlakkig. Het hebben van een dubbele doelstelling, is ook zo buitengewoon bevredigend. Ik vind het een heerlijk idee dat mijn bedrijfssucces en mijn maatschappelijke bijdrage gelijk opgaan. Het houdt elkaar ook in evenwicht. Gewoon ondernemen is beperkt, maar alleen idealisme of filantropie is dat ook. Beiden zijn even belangrijk en hebben evenveel bestaansrecht. Het is eigenlijk heel bijzonder ook te beseffen hoe complementair het zakelijke en maatschappelijke zijn, waar ze, op het eerste gehoor, juist conflicterend lijken. Want het benaderen van markt en maatschappij als verlengstuk van elkaar is nog altijd allesbehalve vanzelfsprekend. Terwijl dat juist zo natuurlijk is.”

 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen