Ik ben een Prutser!

Eind 2012 raakte ik – eindelijk - de bodem. Ik had maanden lang intensief aan het boek Bloei (een bundel met essays van verschillende auteurs over het werken aan geluk in organisaties) gewerkt. In samenspraak met mijn uitgever was besloten om een lancering te houden in de vorm van een mini-seminar dat ik zou leiden. In de dagen voor dit heugelijke feit werd ik echter getormenteerd door faalangsten.

Ik wist zeker dat ik – ten overstaan van de aanwezigen – op een verschrikkelijke manier af zou gaan; ik wist zeker dat mensen aan me konden zien dat ik eigenlijk doodongelukkig was. Ik schaamde me kapot en dus capituleerde ik. Ik besloot te schitteren in afwezigheid op mijn eigen feestje. Ik word al jarenlang door (faal)angst geteisterd, en heb daar menig publiek optreden om afgezegd. Altijd met een goede smoes. Dat wel. Dat deed ik deze keer niet. Ik besloot dat de grens bereikt was en niet meer te liegen; niet tegen anderen, en niet meer tegen mezelf. Ik biechtte de werkelijke rede voor mijn afzeggen op, en meldde me nog dezelfde dag aan voor (regressie)therapie. Wat volgde was een louterende ontdekkingstocht naar de pijnlijke realiteit van mijn jeugd.

 

Ik heb een kindertijd gehad met nogal wat lijden. De details daarvan zijn niet belangrijk. Wat wel belangrijk is, is dat dit diepe mentale wonden heeft geslagen, en een stevige portie schaamte-vermijdend pleasend, perfectionistisch overlevingsgedrag heeft gecreëerd. Weet ik nu. Ik heb namelijk jarenlang geen échte weet en/of last gehad van mijn kindertrauma’s. Of eigenlijk; ik heb de pijn jarenlang succesvol weten te onderdrukken omdat ik succesvol was in het pleasen en perfectioneren. Sterker nog; ik heb er de maatschappelijke ladder mee weten te beklimmen. Ze hebben onmiskenbaar als krachtige carrièremotor gefungeerd. Mijn onstilbare honger naar erkenning en positieve aandacht, zorgde ervoor dat ik me vol overgave op mijn werk stortte. Want in mijn werk was ik goed; was ik iemand. Mijn angst om daarbij te falen, zette me aan tot grootse prestaties. Ik was een op en top werkverslaafde, maar dat was geen probleem. Ik speelde mijn rol met verve. Dat betaalde zich letterlijk en figuurlijk uit. Ik oogstte waardering waar ik zo naar hunkerde. Dat voelde behoorlijk goed. Ik voldeed lang aan het cliché van een geslaagde jonge professional. Pas toen er scheuren in mijn prestatiebastion verschenen – het lukte me niet om altijd maar alleen perfect werk af te leveren en altijd erkenning te krijgen – begonnen angst en somberheid op te spelen. Eerst nog slechts sporadisch, maar later structureel. Eerst nog slechts vervelend, maar later praktisch onleefbaar. Gelukkig maar. Zeg ik nu.  

 

Ik had ’s morgens een (regressie)therapiesessie gehad. Daarbij was een stortvloed aan verborgen, verdrongen verdriet naar boven gekomen. Ik had getierd en gejankt. Hard en lang. Mijn ogen waren fel rood omrand; mijn stem en lijf trillerig. Ik was zichtbaar het zielige hoopje mens dat ik vroeger was. Die middag moest ik les geven over betekenismarketing aan een groep managers; wildvreemden voor mij. Ik had in mijn naïviteit van te voren bedacht dat ik die twee zaken wel kon combineren op één dag. Na mijn therapiesessie wist ik echter wel beter. Zo kwetsbaar voor de klas gaan staan leek geen optie. Maar zo laat nog afzeggen kon ik ook niet maken. De deelnemers waren al van heinde en verre voor mijn les onderweg. En dus schraapte ik al mijn moed bij elkaar en besloot ik de groep managers maar gewoon te gaan ontmoeten. Precies zoals ik op dat moment was: klein & kwetsbaar. Ik vertelde de groep – terwijl mijn stem oversloeg en mijn ogen volliepen met traanvocht - dat ik niets liever wilde dan mijn kennis over betekenismarketing met hen te delen, maar dat ik dit alleen kon doen als een snikkend en trillend stukje mens. Omdat ik mij nou eenmaal zo voelde op dat moment. Ik vertelde de groep – eerlijk – dat ik in therapie was om mijn jeugd-zeer onder ogen te komen, en die morgen op de pijnbank had gelegen, waardoor ik me weer net zo klein & kwetsbaar als vroeger voelde. Ik zette me schrap voor hun reactie. Ik verwachtte afkeuring en afwijzing. Ik wist zeker dat iemand zou zeggen dat ze daar niet op zaten te wachten en voor waren gekomen. Maar dat gebeurde niet. Wat wel gebeurde, was dat één van de deelnemers spontaan begon te huilen en deelde met de groep dat zij zich ook kwetsbaar voelde. Waarna een andere deelnemer hetzelfde opbiechtte. En nog één. En nog één. Omdat ik me zo kwetsbaar had opgesteld, durfden de deelnemers het blijkbaar ook. En dus begonnen de managers de muren af te breken die ze rond zichzelf hadden opgetrokken en werden het voor mijn ogen mensen van vlees en bloed. Gevoelens van angst, verdriet en eenzaamheid werden hardop uitgesproken. In de geborgenheid en intimiteit van deze setting durfden zij aan elkaar en aan zichzelf toe te geven dat hun functieprofiel slechts een rollenspel was. Ze waren helemaal niet zo sterk & zeker als ze leken. Ze leden stiekem onder het juk van pleasen en perfectioneren dat onlosmakelijk met hun baan als manager verbonden was. Het werd me die middag duidelijk dat alle deelnemers – stuk voor stuk geslaagde professionals – worstelden met het verenigen van hun mens-zijn met hun manager-zijn. Ik was op een taboe gestuit. 

 

Het bedrijfsleven ontmenselijkt. We gebruiken consequent termen als human resources, medewerkers, managers, functieprofielen, klanten, consumenten, markten, doelgroepen. Bij elk van deze termen hebben we vervolgens ook nog eens afspraken met elkaar gemaakt over wat de invulling ervan behelst. Het zijn daarmee dwingende rollen geworden. Terwijl het in alle gevallen toch echt om mensen gaat. We zijn geen manager. We zijn geen functieprofiel. We zijn mensen. De distantie zorgt er voor dat er in het bedrijfsleven geen echte ruimte is om gewoon mens te zijn. We worden gedwongen om een rol te spelen en aan verwachtingen te voldoen. We worden geacht ons mens-zijn in ons functieprofiel-doen te vinden; een onmogelijke missie. Het bedrijfsleven ontwerkelijkt ook. We vertellen elkaar alleen succesverhalen. We vereren alleen geslaagde managers en/of ondernemers. We waarderen managers en/of ondernemers die nog geen succes hebben, maar er wel over dromen en er ambitieus en agressief naar streven. We huren adviseurs in om strategieën en plannen te ontwikkelen waarmee succes maakbaar wordt. Deze monomanie zorgt er voor dat het goed moet gaan in het bedrijfsleven. Succes moet. Slagen is de norm. Tegelijkertijd leert de werkelijkheid, dat slagen vele malen schaarser is dan falen. Succes is de uitzondering die de regel bevestigt. We worden geacht om altijd te scoren, maar dat is een onmogelijke missie.

 

Het gevolg van de ontmenselijking en ontwerkelijking in het bedrijfsleven is dat we een volstrekt onnatuurlijke en ongezonde situatie in ons leven creëren. Er is immers geen écht verschil tussen het bedrijfsleven en het leven; we zijn – allemaal - altijd en overal mensen. We ontkennen een belangrijk en onlosmakelijk onderdeel van onszelf en het leven: de schaduwzijde. We geloven massaal in het zelf verzonnen sprookje dat het leven ons altijd hoort toe te lachen. We maken elkaar wijs dat leven louter licht hoort te zijn. Dat is natuurlijk hartstikke toxisch, want niemand ontkomt aan de realiteit. Er is geen mens zonder schaduw en geen leven zonder donkerte. De ontkenning maakt ons doodongelukkig. Ik spreek uit eigen ervaring…

 

Het is daarom de hoogste tijd voor een eerlijk geluid. Het is de hoogste tijd voor de menselijke maat in de zakelijke markt. Ik stel mezelf in alle openheid en kwetsbaarheid graag hernieuwd aan u voor. Ik ben Kees Klomp. Ik ben een Prutser. Ik ben geen succes. Ik ben ook geen mislukking. Ik probeer er gewoon het beste van te maken; van het mens-zijn en het leven. Ik probeer het allemaal gelijkmoedig te omarmen; het plezierige en het pijnlijke. Ik probeer het helemaal te zijn; het lichte en het donkere. Ik pruts maar wat aan. Met de beste bedoelingen. Niet meer. Niet minder. Ik hoop van harte dat u met me mee prutst…  

Reacties   

 
#6 Geen prutserGuest 21-03-2015 14:50
Heel waar en erg sterk geschreven. Absoluut geen prutser, maar eerlijk en mooi werk!
Citeer
 
 
#5 SachaGuest 05-08-2014 15:27
Ha die Kees, fantastisch geschreven en het slaat de spijker op z'n kop. Respect voor jouw eigen proces en hoe je dat met anderen deelt. Zie je snel hoop ik.
Citeer
 
 
#4 Bram SGuest 31-07-2014 14:30
Hi Kees, prachtig geschreven!
Citeer
 
 
#3 DankGuest 18-07-2014 15:02
Dankjewel voor je mooie stuk, Kees.

Metta,
Sandra

(DNB)
Citeer
 
 
#2 SamsaraGuest 11-06-2014 17:10
In de wereld van de psyche scheppen we zelf onze begrenzingen die we niet eens meer opmerken. We reduceren immers de werkelijkheid tot onze interpretaties daarvan en we laten haar daarmee samenvallen: we zijn de gevangenen van onze eigen geconditioneerd e geest. Zo ontstaat een wereld die gekenmerkt wordt door basaal ongemak, door frustratie en onvervuldheid. Dat is een centraal thema in de psychologische en spirituele leer van Zijnsoriëntatie . Dit blijven reproduceren van ons geconditioneerd e zelfbeeld, met de daarbij passende werkelijkheids- en wereldbeelden, duidt Hans Knibbe aan met de term samsara. (Uit Aspecten van samsara, door Joest 't Hart, in de Cirkel, december 2011)
Citeer
 
 
#1 RE: Ik ben een Prutser! Guest 11-06-2014 14:20
Dank voor je oprechte verhaal.
Herkenbaar.

Verwondering (oa in de natuur in Drenthe) is altijd mogelijk.

En meer dan een schrale troost.

Hartelijke groeten,

Eric M Stols.
Citeer
 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen