De Business-sattva.

Zoals u ondertussen van me weet, heb ik nogal wat kritische kanttekeningen bij een aantal van de zaken die er over geluk worden gezegd en geschreven.

Ik stuitte laatst op een Harvard Business Review-blog van Tony Schwartz die mijn kritiek krachtig samenvatte in de veelzeggende titel: Happiness is Overrated. Schwartz stelt: ‘As a steady state…  it (- happiness -) is not especially interesting or dynamic’, enhoudt daarom een warm pleidooi voor meaningfulness als alternatief voor happiness. Schwartz propagandeert een levensstijl, die hij ‘living fully’ noemt. Ik ben het hartstochtelijk met Schwartz eens als hij stelt dat we gelukkiger zijn als we geen gelukkig leven, maar een volledig leven nastreven. Dat levert een veel rijkere beleving op dan de oppervlakkige plezierbeleving, die velen met geluk associëren. Schwartz: ‘When we’re living fully, what we feel is engaged & immersed, challenged & focused, curious & passionate’. Deze zienswijze krijgt steun uit wetenschappelijke hoek. De vermaarde positieve psycholoog Martin Seligman maakt onderscheidt tussen het leiden van een plezierig leven,  een goed leven en een zinvol leven. Anders gezegd: een leven in teken van pleasure, van passion, of van purpose. Onderzoek wijst uit dat alle drie een bepaalde mate van gelukbeleving opleveren. Het zinvolle leven genereert volgens Seligman de sterkste & diepste gelukbeleving omdat de persoon in kwestie ál zijn/haar kwaliteiten in kan zetten voor iets dat groter is dan hij/zijzelf. In een onderzoek voor de Florida State University - Some key differences between a happy life and a meaningful life waarin op zoek is gegaan naar de verschillen en overeenkomsten tussen een gelukkig leven en een betekenisvol leven - stelt professor of psychology Roy Baumeister:

<

Being happy and finding life meaningful overlap, but there are important differences…. Happiness is not all that people seek, and indeed the meaningful but unhappy life is in some ways more admirable than the happy but meaningless one…. Although humans use money and other cultural artifacts to achieve satisfaction, the essence of happiness was still consist in having needs and wants satisfied. The happy person thus resembles an animal with perhaps some added complexity. In contrast, meaningfulness pointed to more distinctively human activities, such as expressing oneself… Satisfying one’s needs and wants increased happiness but was largely irrelevant to meaningfulness. Happiness was linked to being a taker rather than a giver, whereas meaningfulness went with being a giver rather than a taker. Concerns with personal identity and expressing the self contributed to meaning but not happiness…. Put another way, humans may resemble many other creatures in their striving for happiness, but the quest for meaning is a key part of what makes us human, and uniquely so’.

 

Wat zowel Schwartz, Seligman als Baumeister stellen, is dat bij geluk in de bekrompen zin van individuele ‘plezierbeleving’ die momenteel zo’n hoogtij viert, het ego zeer nadrukkelijk centraal staat. Het draait allemaal om de behoeftebevrediging van ikke. Als ik maar tevreden ben over mijn leven; als ik mijn levensomstandigheden maar als plezierig ervaar en een goed gevoel heb, dan ben ik gelukkig. Een betekenisvol leven echter, is andere koek. Het draait om de ander. Je kunt immers slechts van betekenis zijn in relatie tot de ander; alleen de ander kan bepalen of-en-dat jij een rol van betekenis in diens leven hebt gespeeld. Je kunt dus pas van betekenis zijn als je je bewust bent van het belang van de ander, en als je vervolgens dát doet wat voor de ander een positief verschil maakt. Kortom; de blik kan niet op jezelf gericht zijn. Je kunt niet alleen met je eigen geluk en behoeften bezig zijn. Het egocentrische zelf wordt daardoor geminimaliseerd, waarmee het altruïstische algemene belang en het grotere geheel vanzelf kunnen regeren. Met allerlei positieve, gevoelsmatige gevolgen van dien. Dat wat die betekenisvolle levensstijl je oplevert, wordt wel ‘compassie-voldoening’ genoemd. Het is een ultiem diepe ervaring van openhartigheid, ontvankelijkheid, verbondenheid en betrokkenheid – die veel verder gaat dan de de individuele plezierbeleving - die maximaal congrueert met ons ten volste mens-zijn. Veel meer dan individueel goed gevoel, levert dit een collectief, goed gevoel op; de dankbaarheid dat je als mens iets goeds voor een ander hebt kunnen betekenen. Probeer het maar eens; je kunt en zult zelf het levensgrote verschil tussen tevredenheid en voldoening ervaren.

Betekenisvol leven, is leven als een Boeddha. Het leiden van een zo deugdzaam en dienstbaar – betekenisvol - mogelijk leven is dan ook niet verrassend hét ideaal dat centraal staat in het boeddhisme. Het is verwoordt in het mythische Mahayana erfgoed van de bodhisattva. De bodhisattva is de boeddhistische equivalent van de christelijke ‘heilige’. Het zijn verlichte wezen die zich volledig – maar dan ook echt volledig - wijden aan het beëindigen van het lijden van andere levende wezens. De bodhisattva gebruikt de verworven wijsheden en vaardigheden ter meerdere glorie van alles en iedereen. In gewoon Nederlands: persoonlijk geluk is niet het eindstation van de beoefening, maar het begin. Het persoonlijke geluk is slechts een middel om van betekenis te zijn in het bereiken van een groter doel: maatschappelijke voorspoed voor alles en iedereen. Alhoewel de vele, kleurrijke verhalen over de vele verschillende bodhisattva’s gekenmerkt worden door allerlei bovenmenselijke en bovennatuurlijke krachten en machten, vertegenwoordigt de bodhisattva als archetype het grote voorbeeld of ultieme rolmodel voor de gemiddelde boeddhistische beoefenaar. Het devies is: volg de bodhisattva en je zit altijd goed. Het gaat daarbij niet zozeer om de directe haalbaarheid van het helpen van alle levende wezens – want dat is onmogelijk - maar het gaat om het nastreven van het allerhoogste aspiratieniveau. Het geeft – eindeloos - richting geeft aan het - constructieve – doen en laten. Het houdt je op het juiste pad.

 

In zijn essay Business-sattva: The Business Bodhisattva uit 2001 houdt Fred Kofman als eerste een warm pleidooi voor het bodhisattva-schap in het business-domein. Kofman: ‘Those who attain the pinnacle of enlightenment enter the marketplace with helping hands’. Ook in business is er ruimte voor het bodhisattva-schap. Sterker nog; het business-domein is volgens Kofman bij uitstek geschikt om sacrale waarden als geluk, liefde, vrede en mededogen te manifesteren. Kofman: There are those who see the free market as an enemy. But the market is an invaluable instrument for human development…. Business is a game and ‘business man’ is a role adopted by a human being within that game. If we expand our view and focus on the person that transcends the role, we have to focus on ‘life’ as the larger game that transcends business’. Door ten diepste mens te zijn, wordt men ook ten volste ondernemer, en door ten volste te ondernemen, behalen bedrijven het grootst mogelijke resultaat: persoonlijke, zakelijke én maatschappelijke winst. 

 

Kathryn Goldman Schuyler gaat verder waar Kofman eindigt in haar essay Being a Bodisattva at Work: Perspectives on the influence of Buddhist practices in entrepreneurial organizations. Schuyler ziet het ondernemerschap en het bodhisattva-schap niet alleen als complementair maar zelfs als synergetisch, en beschrijft ‘enlightened entrepreneurs’ als ’people who have both the skill to create vital, viable enterprises, and the values and comunitment to serve the evolution of humanity’. Schuyler heeft onderzoek gedaan naar wat zij ‘agency’ noemt - ‘the ground of action’ - de basis van waaruit mensen handelen. Ze heeft daarbij de Tibetaanse en Amerikaanse cultuur naast elkaar gezet. Ze concludeert: ‘Because of the power of the bodhisattva ideal and related training, agency in Tibet became a force for individual enlightenment, to the greatest extent possible, whereas in the West similar forces were channelled into social and economic development. What we see in Buddhist entrepreneurs is a fusion between these two traditions, whereby both influenced the participants’ thoughts and actions. They have been striving to develop thriving businesses or organizations in order to further the enlightenment of all sentient beings’.

 

1 +1 = 3 aldus. Verlicht, bewust of realistisch ondernemerschap – wat ik maatschappelijk meedogend ondernemen noem - is dus een synergetische optelsom van geest en gedrag; het vermogen om zowel deugdzaamheid binnen zichzelf als dienstbaarheid buiten zichzelf te manifesteren. Business-sattva’s bezitten niet alleen de wijsheid en vaardigheid om leiding te geven aan hun eigen lijden, maar ook aan dat van andere mensen. Ze bezitten de kennis en kunde om hun constructieve intenties om te zetten in florerende ondernemingen en organisaties; ondernemingen en organisaties waarin niet naar profit in het belang van enkele shareholders wordt gestreefd, maar naar benefit in belang van alle stakeholders. Maatschappelijk meedogend ondernemen lijkt misschien mooie droom of ideaal, maar naar mijn bescheiden mening is het hét meest realistische ondernemersarchetype. Het is gewoon een kwestie van gezond (zakelijk) verstand. Zakelijk succes ten koste van persoonlijk of maatschappelijk welzijn, is geen houdbaar, duurzaam business-model. Dat ontspoort vroeg of laat. Kijk maar naar de heersende crises. We kunnen het ontkennen en ontvluchten tot we een ons wegen, maar ons huidige – puur op monetaire zelfverrijking gestoelde - systeem klópt gewoon niet.

 

Als we (h)erkennen dat maatschappelijk meedogend ondernemen wél klopt – en dat zullen we na elke pijnlijke crisis beter en meer gaan doen - kan en zal er een realistische - florerende - economie ontstaan die ik de Betekeniseconomie noem. De betekeniseconomie is de enige échte gelukeconomie, omdat die niet draait om het bevredigen van mijn individuele gelukbehoeften, maar om het behartigen van onze collectieve gelukbelangen. Floreren doe je samen! Door aan elkaar bij te dragen en voor elkaar te betekenen. Door erkenning van de feitelijke verbondenheid en wederzijdse afhankelijkheid. Het dienen van het algemene belang in plaats van het eigenbelang maakt welzijn wezenlijk en werkelijk. Umair Haque gebruikt de term Eudaemonia uit de Griekse oudheid om het betekenis-economische principe te duiden. Eudaemonia refereert aan ‘het goede leven’, maar dan wel als werkwoord. Het staat volgens Haque voor: living meaningfully well. Een gelukkig leven in de betekeniseconomie ontstaat dus door een goed leven te leven; een maatschappelijk meedogend leven. Door die dingen te doen, die voor alles en iedereen een positief verschil maken. Haque zegt erover in zijn HBR-blog: ‘The pursuit of Eudaemonia is a more nuanced, complex conception of a good life, that asks: How does the way you work and live make you smarter, gritier, more empathic, wiser? What did you build today – and how did this help someone live, work or play meaningfully better’? In de betekenisecomomie heerst een volstrekt andere, nieuwe – onmeetbare en onmetelijke - connotatie van het begrip rijkdom; niet perse in geld uit te drukken maar onmiskenbaar waardevol. Sterker nog: het gaat om de écht waardevolle dingen des levens, om échte rijkdom, échte voorspoed en om écht kapitaal. Geluk is immateriële rijkdom! Haque schrijft hierover in zijn boek Betterness: ‘Rich with relationships, ideas, emotions, health and vigor, recognition and contribution, passion and fulfillment, and great accomplishment and enduring achievement’.

 

Kortom: houd op met dat vruchteloze blindstaren op je persoonlijke geluk, en het rücksichtslos nastreven ervan. Laat het los en stop alle extra tijd en energie die u daarmee krijgt in het van betekenis zijn voor anderen. Help anderen. Zorg voor anderen. Geef om en aan anderen. Maak een verschil. Ik beloof u; dat zal u leven écht verrijken! 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen